Programma 2020 – 2021

De Design Science Research Group (DSRG) zet zich in om de methodologie van ontwerpgericht wetenschappelijk onderzoek (ofwel design science research, DSR) in de sociale wetenschappen verder te ontwikkelen en te verspreiden en om (jonge en gevorderde) onderzoekers op dit gebied te ondersteunen. Ontwerpgericht wetenschappelijk onderzoek is onderzoek met als doel het ontwikkelen van actiegerichte kennis voor het verbeteren van sociale systemen.

In dit kader heeft de DSRG voor het seizoen 2020-2021 vier online bijeenkomsten gepland. De bijeenkomsten vinden plaats op maandag van 10:00 tot 12:30 in MS Teams, tenzij anders aangegeven. Er zijn voor de deelnemers geen kosten verbonden aan de bijeenkomsten. Opgeven voor de bijeenkomsten is verplicht en kan bij Karin Ruiter. Daarnaast is er op beperkte schaal de mogelijkheid feedback te krijgen op een eigen ontwerpgerichte onderzoeksopzet door prof. dr. ir. Joan van Aken. Contact via e-mail.

Maandag 9 november 2020: “De wetenschapsfilosofische grondslagen van Design Science Research”

Joan van Aken (oud TU Eindhoven) en Annet Jantien Smits (Hanzehogeschool Groningen) geven een workshop over de wetenschapsfilosofische grondslagen van Design Science Research (DSR). DSR is gericht op het ontwerpen en toetsen van effectieve acties om veldproblemen aan te pakken. Voor complexe problemen is het echter niet mogelijk om dit te doen op basis van de generieke wetenschappelijke methode, ontwikkeld met de Natuurkunde als model. DSR gebruikt daarom systematisch ervaringsleren als onderzoeks- en ontwikkelstrategie.
In het eerste deel van de workshop zal door middel van drie korte oefeningen inzicht worden gegeven in de fundamentele verschillen tussen de ‘Natuurkunde-methode’ en systematisch ervaringsleren en in de kracht van systematisch ervaringsleren om met complexiteit om te gaan.
In het tweede deel zal de ervaringskennis van de deelnemers gebruikt worden om op een systematische wijze de te verwachten effectiviteit van een nog toe te passen ontwerp te beoordelen. Het beoordelen van de te verwachten effectiviteit van een ontwerp is van groot belang in iedere fase van het ontwerpproject. In een aantal korte oefeningen wordt inzicht gegeven hoe die te verwachten effectiviteit te beoordelen op basis van een formeel evaluatiemodel.
De door deze workshop verkregen inzichten (eerste deel) zijn belangrijk voor het maken van een goede DSR-onderzoeksopzet en voor het maken van een heldere redenering om de validiteit van DSR-onderzoeksresultaten uit te leggen aan wetenschappers die slechts de generieke wetenschappelijke methode kennen. Tevens is het evaluatiemodel (tweede deel) van groot belang voor het continu verbeteren van een ontwerp gedurende een ontwerpproject, in feite voor het systematisch ervaringsleren tijdens zo’n project.

Locatie: MS Teams
Tijd: 10:00 – 12:30 uur

Maandag 11 januari 2021: “Good work en ontwerpgericht wetenschappelijk onderzoek”

Petra Cremers (Hanzehogeschool Groningen) en Josephine Lappia (Windesheim Flevoland) duiken voor deze bijeenkomst dieper in de theorie achter ‘Good Work’ (Gardner, Csikszentmihalyi & Damon, 2001). In een vorige DSRG-bijeenkomst (20 januari 2020) hebben we onderzoeksprocessen geanalyseerd aan de hand van de 3 E’s van Good Work: hoe kun je onderzoek op zo’n manier vormgeven dat het goed is (excellentie), goed doet (ethiek) en goed voelt (energie, engagement) voor alle betrokkenen? In deze bijeenkomst staan drie verdiepende vragen centraal: Hoe kan ontwerponderzoek in verbinding blijven met het grote goed ofwel iets dat de essentie raakt en de gemeenschap dient (ethiek)? Hoe zorg je voor betekenisvolle participatie door praktijkprofessionals (engagement)? Hoe bepaal je gezamenlijk een norm voor wat goed onderzoek is (excellentie)?

Locatie: MS Teams
Tijd: 10:00 – 12:30 uur

Maandag 8 maart 2021: “Wat maakt een goede ontwerpcase”

Koen van Turnhout (Hogeschool Utrecht) en Petra Cremers (Hanzehogeschool Groningen) besteden deze bijeenkomst aandacht aan de eigenschappen van een goede ontwerpcase. Niet elke casus leent zich even goed om kennis in op te doen. En dat is ook afhankelijk van wat je eigenlijk wil leren. Sommige casus zijn zo bijzonder dat alleen het maken van een oplossing al zorgt dat het vakgebied er mee verder kan, terwijl andere casus vooral geschikt zijn om ideeen nu eens goed te valideren. In deze sessie beginnen we bij het einde en werken onze weg terug naar de start. We vragen ons af wat een waardevolle uitkomst van een ontwerpcasus kan zijn en proberen van daar uit criteria te formuleren voor het inrichten van ontwerpcasussen.

Locatie: MS Teams
Tijd: 10:00 – 12:30 uur

Maandag 19 april 2021: “Probleem en context”

De bijeenkomst staat in het teken van een praktijkprobleem identificeren en definiëren.

Coen Visser en Karin Michiels (Nationale Politie) laten de context zien waarin de politiemanager en de officier van justitie als vertegenwoordigers van twee verschillende organisaties elkaar ‘ontmoeten’ om een gemeenschappelijk doel te bereiken: de veroordeling van een verdachte. Zoals we kennen van Baantjer en Flikken Rotterdam is een opsporingsonderzoek vaak in een uur opgelost, de realiteit is anders. Aan de hand van een opsporingsonderzoek nemen we je mee in de samenwerking tussen officier van justitie en politie en doen speurwerk naar mogelijke probleem-context combinaties die in een DSR-project verder kunnen worden uitgewerkt.

Locatie: MS Teams
Tijd: 10:00 – 12:30 uur

Maandag 7 juni 2021: “Het contextualiseren van generieke interventies”

Joan van Aken, hoogleraar organisatiekunde (em) TU-Eindhoven en Daan Andriessen (lector methodologie van praktijkgericht onderzoek Hogeschool Utrecht) geven een workshop over het ontwikkelen van contextualisatiekennis.

In design-science research ontwikkelen we interventietheorie. Een bruikbare interventietheorie dient te worden gepresenteerd als een combinatie van de generieke versie van de theorie en contextualisatiekennis. Bij het toepassen van de theorie in een specifieke situatie wordt deze contextualisatiekennis gebruikt om de generieke versie te herontwerpen om deze contextspecifiek te maken. Contextualisatiekennis wordt in het algemeen niet in protocollaire vorm gegeven (‘als A, dan B’), maar in rijke tekst.

Na een inleiding wordt de workshop in twee delen uitgevoerd. Eerst een korte oefening om inzicht te krijgen in het samenspel tussen specifiek en generiek: wat kan je uit het specifieke leren voor het generieke? Deze oefening wordt uitgevoerd in groepjes op basis van de eigen ervaringen van de deelnemers.

Het tweede deel wordt uitgevoerd op basis van een voorbeeld van een generieke interventietheorie, waarvoor maar weinig domeinkennis nodig is om die te begrijpen. Het probleem dat in dit deel van de workshop wordt behandeld is hoe de interventietheorie moet worden aangepast of aangevuld voor een complexe situatie. In vier stappen wordt een proces doorlopen om deze contextualisatiekennis te ontwikkelen:
Na een korte plenaire toelichting op de te behandelen interventietheorie (haar pCIMO) wordt in groepjes het volgende besproken.

  1. Welke contextelementen zouden het effect van de interventie kunnen belemmeren of versterken?
  2. Door welke mechanismes wordt de invloed van deze elementen uitgeoefend? Deze stap biedt de mogelijkheid om op basis van de eigen ervaringskennis te beoordelen wat de belangrijkste contextinvloeden zijn.
  3. Hoe kan voor deze context de interventie worden aangepast of aangevuld om het te verwachten succes ervan te optimaliseren (wijzigingen in de interventie worden niet alleen op effectiviteit beoordeeld, maar ook op kosten)?
  4. Wat zou de vorm kunnen zijn van de contextualisatiekennis voor deze generieke interventietheorie; welke thema’s moeten daarin behandeld worden en wat moet er per thema verteld worden?

Tenslotte worden de bevindingen plenair teruggekoppeld.

Locatie: MS Teams
Tijd: 10:00 – 12:30 uur